Glossary of Terms/Dutch

From ServiceNow Wiki
Home > Get Started > Glossaries > Glossary of Terms/Dutch
Jump to: navigation, search
Glossary
Glossary of Acronyms
Glossary of Terms
ITIL Glossary

Localized Term Localized Definition English Term English Definition
account In de plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation) staan de accounts voor bedrijven die kunnen worden beschouwd als potentiële klant of klant. account In the Sales Force Automation plugin, accounts represent companies that are sales prospects or customers.
ACL (Access Control List) Een access control list definieert door middel van een serie IP-adressen welke apparaten toegankelijk zijn en kunnen worden gescand met Discovery. ACL's kunnen worden gebruikt om de toegangsbeperkingen op bepaalde systemen te bepalen of te omzeilen. ACL (Access Control List) An access control list defines via a range of IP address which devices can be accessed and scanned using Discovery. These can be used to establish or bypass access restrictions on certain systems.
activiteit In de plugin voor Sales Force Automation activiteiten houden verkoopgerelateerde acties bij, zoals e-mailberichten, telefoongesprekken of vergaderingen. Activiteiten kunnen worden gekoppeld aan een contact, account of verkoopkans. activity In the Sales Force Automation plugin, activities track sales-related actions, such as email messages, phone calls, or meetings. Activities may be associated with a contact, account, or opportunity.
affiniteit Affiniteit is de koppeling van een computer of netwerkapparaat aan de bijbehorende referenties, zoals bepaald door ServiceNow Discovery of Orchestration. Zodra een apparaat aan de bijbehorende referenties is gekoppeld, wordt de relatie naar een databasetabel geschreven en worden de referenties gebruikt om het apparaat te zoeken tijdens latere discovery- en workflow activities. affinity Affinity is the association of a computer or network device to its credentials as established by ServiceNow Discovery or Orchestration. Once a device is matched with its credentials, the relationship is written to a database table, and those credentials are used to query the device in subsequent discoveries and Workflow activities
agent Een agent is de naam van een extern systeem (integratie) dat berichten naar de wachtrijtabel [ecc_queue] schrijft. Zo heeft de agentnaam voor een MID-server bijvoorbeeld de notatie mid.server.xxx, waarbij \xxx\ staat voor de naam van een bepaalde MID-server. agent An agent is the name of an external system (integration) that writes messages to the Queue [ecc_queue] table. For example, the agent name for a MID Server is in the format mid.server.xxx, where \xxx\ is the name of a particular MID Server.
toewijzingsregel Toewijzingsregels definiëren op welke manier onkostenregels worden verwerkt om een of meer onkostentoewijzingsrecords te genereren. De regelvoorwaarden worden gedefinieerd op basis van gegevens uit de onkostenregelbron. allocation rule Allocation rules define how to process each expense line to generate one or more expense allocation records. Rule conditions are defined based on data from the expense line source.
toewijzingseenheid Een toewijzingseenheid houdt zowel de totale capaciteit van een bedrijfsservice als het totale aantal verbruikte eenheden bij, zoals gedefinieerd door de records over de CI-kostenplaatsrelaties. allocation unit An allocation unit tracks the total capacity of a business service as well as the number of units being consumed as defined by the CI Cost Center Relationship records
toepassingsnavigator De toepassingsnavigator is een navigatiebalk links op de pagina waarop een lijst met toepassingen en modules wordt weergegeven. application navigator The application navigator is a navigation bar on the left side of the page that displays a list of applications and modules.
goedkeuring Een goedkeuring is een taak in een workflow waarvoor een actie (goedkeuring of afwijzing) van een gebruiker of gebruikersgroep is vereist voordat de workflow wordt voortgezet. approval An approval is a task within a workflow that requests an action (approval or denial) from a user or user group before the workflow continues.
goedkeuringsregel Goedkeuringsregels zijn de geconfigureerde stappen die nodig zijn om een service- of catalogusverzoek goed te keuren. approval rule Approval rules are the configured steps required to approve a service or catalog request.
activa De activa omvatten alle hardware, software en verbruiksgoederen binnen een bedrijfsomgeving. De activa van een serviceprovider omvatten alles wat bijdraagt aan de levering van een service. asset An asset is any hardware, software, or consumable found in the business environment. Assets of a service provider include anything that could contribute to the delivery of a service.
activaklasse Een activaklasse is een groep van activa. De activa zijn allemaal opgeslagen in dezelfde databasetabel (de tabel Activa [alm_asset] of een uitbreidingstabel). ServiceNow bevat de standaard activaklassen hardware, software en verbruiksgoederen. Als de standaard klassen niet geschikt zijn voor een specifiek groep activa, kan er een aangepaste activaklasse worden gemaakt. asset class An asset class is a group of assets all stored in the same database table (the Asset [alm_asset] table or a table that extends it). In ServiceNow, the default asset classes are hardware, software, and consumables. If the default classes are not appropriate for a specific group of assets, a custom asset class can be created.
backlog Een backlog in de agile ontwikkelingsomgeving van Scrum is een door de teamleden overeengekomen geordende lijst met stories waaraan in een sprint wordt gewerkt. Er worden drie backlogs voor het Scrum-proces gebruikt: product, release en sprint. backlog A backlog in the Scrum agile development environment is an ordered list of stories that team members agree will be worked on in a sprint. The Scrum process uses three backlogs: product, release, and sprint.
banner frame Het banner frame is het gedeelte boven aan elke pagina dat het logo van het platform en de standaard algemene navigatiekeuzes bevat. banner frame The banner frame is the portion across the top of every page that contains the platform's logo and basic global navigation choices.
basisklasse Een basisklasse is een uitgebreide tabel maar breidt geen andere tabellen uit. base class A base class is a table which is extended but does not extend any other tables.
basislijn Een CI-basislijn is een momentopname van een configuratie-item zoals dit in zijn basisvorm wordt weergegeven in uw systeem. Alle wijzigingen die u sinds de gemaakt momentopname aan het desbetreffende configuratie-item maakt, worden weergegeven op het CI-formulier als standaard kenmerkwijzigingen. Wanneer er een basislijn is gemaakt, worden zowel de kenmerken van het configuratie-item vastgelegd als alle relaties van het configuratie-item op het eerste niveau. Alle wijzigingen aan het basisconfiguratie-item of een ander, gerelateerd configuratie-item wordt vastgelegd en weergegeven. baseline A CI baseline is a snapshot of a configuration item as it appears in your system in its basic form. All the changes that you make to that configuration item since the snapshot was created are displayed on the CI form as basic attribute changes. When a baseline is created, the attributes of the CI are captured as well as all first level relationships for the CI. Any changes to the base CI or to any related CI will be captured and displayed.
updateset voor basislijn Een updateset voor de basislijn is een updateset die alle wijzigingen vastlegt voordat de plugin voor systeemupdatesets (System Update Sets Plugin) was geïnstalleerd. baseline update set A baseline update set is an update set that captures all of the customizations before the System Update Sets Plugin was installed.
periode van radiostilte Een periode van radiostilte is een planning waarin is gedefinieerd gedurende welke periode geen wijzigingen mogen worden aangebracht. Wordt gebruikt door de plugin voor conflictdetectie wijzigingsbeheer (Change Management Collision Detector Plugin) om conflicterende wijzigingen op te sporen. blackout window A blackout window is a schedule that defines a period of time in which no changes should be performed. Used by the Change Management Collision Detector Plugin to detect conflicting changes.
breadcrumbs Breadcrumbs zijn een reeks filters die als koppelingen boven aan recordlijst worden weergegeven. Klik op de afzonderlijke elementen van het pad om een andere weergave weer te geven. breadcrumbs Breadcrumbs are a series of filters displayed as links at the top of the record list. Click the individual elements of the path to see a different view.
gebundeld model Een gebundeld model is één model dat is samengesteld uit afzonderlijke modellen. Een laptop, printer, toetsenbord en muis kunnen bijvoorbeeld worden gecombineerd in één gebundeld model. bundled model A bundled model is a single model comprised of individual models. For example, a laptop, printer, keyboard, and mouse can be combined in a single, bundled model.
burn down chart De burn down chart wordt door Scrum-masters gebruikt in een flexibele ontwikkelingsomgeving om de ideale sprintvoortgang weer te geven ten opzichte van de werkelijke sprintvoortgang. burn down chart The burn down chart is used by Scrum masters in an agile development environment to view ideal sprint progress against actual sprint progress.
business rule Een business rule is een stukje JavaScript dat zodanig is geconfigureerd dat het wordt uitgevoerd wanneer er een record wordt ingevoegd, bijgewerkt, verwijderd of wanneer er informatie in een tabel wordt gezocht. Een bedrijfsregel kan zodanig worden ingesteld dat deze wordt uitgevoerd voordat of nadat de databaseactie heeft plaatsgevonden. In het geval van een query moet de bedrijfsregel worden uitgevoerd voorafgaand aan de databasebewerking, zodat de gegevens die naar de gebruiker worden geretourneerd, geschikt zijn voor zijn of haar systeemrechten (gebruikersrol). Een typische bedrijfsregel voert een script uit nadat een gebruiker een incident heeft bijwerkt of de prioriteit van een wijzigingsverzoek heeft geëscaleerd. business rule A business rule is a piece of JavaScript configured to run when a record is inserted, updated, or deleted, or when a table is queried. A business rule can be set to run before or after the database action has occurred. In the case of a query, the business rule should run before the database operation, so that the data returned to the user is appropriate to his system privileges (user roles). A typical business rule might execute a script after a user updates an incident or escalates the priority of a change request.
bedrijfsservice Een bedrijfsservice is een service (zoals e-mail of elektronische berichten) die aan klanten wordt geleverd door bedrijfseenheden die worden ondersteund door een IT-infrastructuur van configuratie-items (CI). business service A business service is a service (such as email or electronic messaging) delivered to customers by business units that is supported by an IT infrastructure of configuration items (CI).
BSM-overzicht (Business Service Management) Een BSM-overzicht is een grafische weergave van de configuratie-items (CI) in een systeem en hun onderlinge relaties. Business Service Management (BSM) map A BSM map is a graphical display of the configuration items (CI) within a system and their relationships to one another.
capaciteit MID-servercapaciteiten definiëren de specifieke functie van een MID-server binnen een bereik van IP-adressen. De standaardfunctie biedt de beheerder de mogelijkheid om bepaalde capaciteiten (bijvoorbeeld SSH, SNMP, PowerShell) te selecteren voor de probes die door elke MID-server worden gelanceerd. capability MID Server capabilities define the specific functions of a MID Server within an IP address range. The default functionality enables an administrator to select specific capabilities (for example, SSH, SNMP, PowerShell) for the probes launched by each MID Server.
catalogusartikel Een catalogusartikel is een uniek item of unieke service in de servicecatalogus die door de eindgebruiker kan worden besteld. Om aan te geven hoe een catalogusartikel kan worden aangeschaft, wie eraan werkt of hoe het wordt geleverd, moet het artikel worden gekoppeld aan een uitvoeringsplan voor de servicecatalogus. catalog item A catalog item is any unique item or service in the Service Catalog that can be ordered by the end user. To specify how a catalog item is procured, who works on it, or how it is delivered, the item must be tied to a Service Catalog execution plan.
wijziging Een wijziging is een toevoeging, wijziging, verwijdering of elke andere actie die van invloed kan zijn op de IT-services. change A change is the addition, modification or removal of anything that could have an effect on IT services.
plugin voor conflictdetectie wijzigingsbeheer (Change Management Collision Detector Plugin) De plugin voor conflictdetectie wijzigingsbeheer biedt de mogelijkheid om te detecteren of geplande wijzigingen conflicteren met andere wijzigingen of andere planningsproblemen veroorzaken. Change Management Collision Detector plugin The Change Management Collision Detector plugin provides the ability to detect whether planned changes conflict with other changes or have other scheduling issues.
chatactie Chatacties zijn aanvullende items die worden weergegeven in het chatvenstermenu (hiervoor is de plugin Chat vereist). chat action Chat actions are additional items that appear in the chat window menu (requires the Chat plugin).
chatwachtrij Chatwachtrijen definiëren de planningen, het ondersteuningspersoneel en de systeemberichten voor helpdeskchats (hiervoor is de plugin Chat vereist). chat queue Chat queues define the schedules, support staff, and system messages for help desk chat (requires the Chat plugin).
agent voor chatwachtrij Agenten voor chatwachtrij zijn servicedeskmedewerkers die ondersteuning bieden voor een chatwachtrij voor de helpdesk (hiervoor is de plugin Chat vereist). Om een bepaalde wachtrij te kunnen ondersteunen, moet een gebruiker lid zijn van de toewijzingsgroep voor de wachtrij. chat queue agent Chat queue agents are Service Desk staff who provide support for a help desk chat queue (requires the Chat plugin). To support a particular queue, a user must be a member of the assignment group for the queue.
configuratie-item (CI, Configuration Item) De term configuratie-item heeft betrekking op alle computers, apparaten en software in de CMDB. De record van een configuratie-item bevat onder andere alle relevante gegevens, zoals de fabrikant, leverancier of locatie. CI (configuration item) A CI (configuration item) is any computer, device, or piece of software in the CMDB. A CI's record includes all relevant data, such as manufacturer, vendor, or location.
CI-costcenterrelaties Een CI-costcenterrelaties is een record die een costcenter koppelt aan de geconsumeerde bedrijfsservice en het aantal eenheden dat het gebruikt. Dit wordt gebruikt om het aantal toegewezen eenheden te berekenen om de toewijzingseenheidrecord bij te werken. CI cost center relationship A CI cost center relationship is a record associating a cost center to a business service that it consumes and the number of units it uses. This is used to calculate the number of allocated units to update the allocation unit record.
CI-tarievenkaart Een CI-tarievenkaart behelst een verzameling terugkerende CI-kosten die kunnen worden toegeschreven aan een verzameling configuratie-items. Tarievenkaarten worden doorgaans ontworpen rond bepaalde kostenmodellen. Een voorbeeld is een bepaald model server in het datacenter in New York. De kosten voor de desbetreffende server kunnen, ondanks dat het om hetzelfde model gaat, afwijken van de server in het datacenter in Londen. Elk model heeft een aparte tarievenkaart. CI rate card A CI rate card represents a collection of recurring CI Costs associated with a collection of configuration items. Rate cards are usually designed around a certain cost model. An example might be a certain model server running in the New York data center. The costs associated could be different than the same server model running in the London data center. Each model would have a separate rate card.
klasse Een klasse is een tabel die een andere tabel uitbreidt of zelf door een andere tabel wordt uitgebreid. class A class is a table that extends or is extended by another table.
clickthrough Clickthrough is een eigenschap waarmee gebruikers een record kunnen openen waarnaar in het huidige venster wordt verwezen. Referentiepictogrammen staan standaard clickthrough toe. Beheerders kunnen ook pop-uppictogrammen inschakelen, waarmee een record waarnaar wordt verwezen, in een ander venster wordt geopend. clickthrough Clickthrough is a property that allows users to open a referenced record in the current window. Reference icons allow clickthrough by default. Administrators may also enable pop-up icons, which open a referenced record in another window.
clientscript Een clientscript is een JavaScript dat u maakt om uit te voeren in de clientbrowser. ServiceNow ondersteunt de volgende scripttypes:\n* onLoad() -- Wordt uitgevoerd wanneer er een formulier wordt geladen\n* onChange() -- Wordt uitgevoerd wanneer de waarde voor een bepaalde widget wordt gewijzigd\n* onSubmit() -- Wordt uitgevoerd wanneer er een formulier wordt ingediend client script A client script is a JavaScript you create to run in the client browser. ServiceNow supports the following script types:\n* onLoad() -- Runs when a form is loaded\n* onChange() -- Runs when a particular widget changes value\n* onSubmit() -- Runs when a form is submitted
klonen Een kloon is een momentopname van uw productie-instance van ServiceNow dat u gebruikt om uw test- of ontwikkelingsomgeving te vernieuwen. clone A clone is a snapshot of your production ServiceNow instance that you use to refresh your test or development environments.
cluster Een cluster is een ServiceNow-instance dat bestaat uit twee of meer nodes: een of meer interfacenodes, waarnaar alle gebruikersverzoeken van de browser worden geleid, en werkernodes voor de afhandeling van discrete bewerkingen, zoals Discovery probes. Een cluster kan zich op dezelfde fysieke machine bevinden of op afzonderlijke machines. In een cluster wijzen alle nodes naar dezelfde database en hebben ze allemaal dezelfde instance-id. cluster A cluster is a ServiceNow instance comprised of two or more nodes: one or more interface nodes, to which all user requests from the browser are directed, and worker nodes that handle discrete operations, such as Discovery probes. A cluster can exist on the same physical machine or on separate machines. In a cluster, all the nodes point to the same database and have the same instance ID.
CMDB (Configuration Management Database) Een CMDB is een database van de configuratie-items (CI) en hun relaties binnen het netwerk van een onderneming. CMDB (Configuration Management Database ) A CMDB is a database of the configuration items (CI) and their relationships within an enterprise's network.
samenvoeging Samenvoeging is de methode waarop import sets de bestaande records in een bestemmingsproductietabel bijwerken, in plaats van gewoon nieuwe records in te voegen. Wanneer samenvoeging is geconfigureerd voor een veld, probeert de import set-toepassing voor het bijwerken de bronwaarde af te stemmen op de huidige bestaande doelwaarde voor een productietabel. Als de bronwaarde niet overeenkomt, wordt er een nieuwe record gemaakt. coalescence Coalescence is the method by which import sets may update existing records in a destination production table, rather than simply inserting new records. When coalescence is configured for a field, the import set application attempts to match the source value to the currently existing target value on a production table for updating. If the source value does not match, a new record is created.
conflict Er is sprake van een conflict wanneer de inkomende klantupdate in een updateset van toepassing is op hetzelfde object als de nieuwere lokale klantupdate. De voorbeeldweergave voor systeemupdatesets bepaalt of de inkomende klantupdate wordt toegepast. collision A collision is when an incoming customer update in an update set applies to the same object as a newer local customer update. The System Update Sets Preview determines whether or not the incoming customer update is applied.
condition builder Een condition builder stelt een voorwaardestatement samen met een serie contextueel gegenereerde velden. Veel toepassingen, zoals filters, pollbeheer en toegangscontrole, maken gebruik van voorwaardeopbouwers. condition builder A condition builder constructs a condition statement with a series of contextually generated fields. Condition builders are used in many applications, such as filters, survey administration, and access control administration.
configuratiepagina De configuratiepagina is de module binnen het Content Management System die de globale standaardwaarden voor content pages en sites instelt. configuration page The configuration page is the module within the Content Management System that sets the global defaults for content pages and sites.
conflict Een conflict is een record die is gegenereerd door de plugin voor conflictdetectie wijzigingsbeheer (Change Management Collision Detector Plugin) wanneer een geplande wijziging overlapt met andere wijzigingen of anderszins niet goed is gepland. Conflictrecords bevat details over het type conflict en welke items of planningen conflicteren. conflict A conflict is a record generated by the Change Management Collision Detector Plugin when a scheduled change overlaps with other changes, or is otherwise improperly scheduled. Conflict records detail the type of conflict and what items or schedules were in conflict.
te verbruiken activa De te verbruiken activa zijn activa die kwalitatief worden bijgehouden en kunnen worden overgedragen in hoeveelheden van meer dan nul. Bepaalde details worden niet bijgehouden, zoals alle locaties waar het verbruiksgoed is geïnstalleerd. Voorbeelden van activa die vaak als verbruiksgoederen worden beheerd, zijn onder andere potloden, stoelen en monitorstandaarden. consumable asset A consumable asset is an asset that is tracked qualitatively and can be transferred in quantities greater than zero. Some details are not tracked, such as all locations where the consumable is installed. Examples of assets that are often managed as consumables include pencils, chairs, and monitor stands.
contact In de plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation) staan contacten voor de verkoopcontacten bij bedrijven. Een contact is gekoppeld aan een account en dus toegewezen aan de vertegenwoordiger voor het account. contact In the Sales Force Automation plugin, contacts represent sales contacts at companies. A contact is linked to an account and hence is assigned to the sales representative for the account.
content block Een content block is een item dat kan worden toegevoegd aan een startpagina of content page en dat een gedefinieerde vorm van content, zoals statische HTML, een rapport of een lijst bevat. content block A content block is an item that can be added to a homepage or a content page, and which contains a defined form of content such as static HTML, a report, or a list.
content frame Het content frame is het hoofdgebied van de primaire gebruikersinterface. In het content frame worden de pagina's weergegeven waarnaar de gebruiker navigeert. content frame The content frame is the main area of the primary user interface. The content frame displays pages to which a user navigates.
content link Een content link is een record in de tabel Content link [content_link] die een URL bevat en die door lijstblokken wordt gebruikt om een lijst met koppelingen in plaats van records te genereren. content link A content link is a record on the Content Link [content_link] table that contains a URL, used by list blocks to generate a list of links rather than a list of records.
Content Management System Het Content Management System is een plugin die de functionaliteit levert om branded front-ends voor een instance te maken. Content Management System The Content Management System is a plugin that provides functionality for creating branded front-ends for an instance.
content page Een content page is een webpagina die is gegenereerd door het Content Management System. content page A content page is a web page generated by the content management system.
content site Een content site is een serie gegroepeerde content pages die dezelfde basis-URL hebben en die zijn gericht op dezelfde groep gebruikers. content site A content site is a series of content pages grouped together with the same base URL, aimed at the same group of users.
content type Een content type is een serie definities voor het beheren van lijstblokken. content type A content type is a series of definitions that control list blocks.
contract In de plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation) worden de verkooprecords voor producten of services beheerd middels contracten. Contracten hebben mogelijk een beperkte duur en kunnen worden gebruikt om bepaalde details na de verkoop bij te houden of om verlengingsmogelijkheden te identificeren. contract In the Sales Force Automation plugin, contracts manage sales records for products or services. Contracts may have a limited time frame, track specific post-sale details, and identify renewal opportunities.
CRM (Customer Relationship Management) CRM is een managementstrategie die moet zorgen voor een sterke klant-leverancierrelatie en die tegelijkertijd de kosten minimaliseert en profiteert van de beschikbare technologie. Dit wordt in ServiceNow ondersteund middels plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation plugin). CRM (Customer Relationship Management) CRM is a management strategy to ensure a strong client-provider relationship while minimizing costs and taking advantage of available technology. This is supported in ServiceNow through the Sales Force Automation plugin.
huidige release Klanten kunnen hun instances upgraden naar de huidige ServiceNow-release. current release Customers can upgrade instances to a current ServiceNow release.
huidige updateset Een huidige updateset is een updateset die is geselecteerd met de updatesetselectie. Aanpassingen die door de gebruiker zijn gemaakt, worden toegevoegd aan de huidige updateset van de gebruiker. current update set A current update set is an update set that has been selected using the update set picker. Customizations made by a user will be added to the user's current update set.
klantupdate Een klantupdate is een record in de tabel Klantupdates [sys_update_xml] waarin een afzonderlijke aanpassing van de klant wordt opgeslagen als een XML met daarin de wijziging. Klantupdates worden gebruikt om de aanpassingen tijdens het updateproces te beschermen en de plugin voor systeemupdatesets biedt de mogelijkheid om klantupdates te groeperen in updatesets en deze van instance naar instance te verplaatsen. customer update A customer update is a record on the Customer Updates [sys_update_xml] table which stores an individual customer customization as an XML storing the change. Customer updates are used to protect customizations during the update process, and the System Update Sets allows grouping customer updates into update sets and moving them from instance to instance.
dashboard Een dashboard is een verzameling van lijsten, grafieken, diagrammen, en andere contentitems die automatisch worden vernieuwd. dashboard A dashboard is a collection of lists, graphs, charts, or other content items that automatically refresh.
gegevensbron Een gegevensbron kan afkomstig zijn uit een bestand of een JDBC-verbinding (Java Database Connectivity). Gegevensbronnen worden gebruikt om een import set te maken, zodat de gegevens indien nodig kunnen worden verwerkt voordat ze aan een productietabel worden toegewezen. Gegevensbronnen ondersteunen de volgende methoden voor het ophalen van externe bestanden: FTP, FTPS (Auth SSL, Auth TLS, Implicit SSL, Implicit TLS), HTTP, HTTPS, SCP. data source A data source can be from a file or a Java Database Connectivity (JDBC) connection. Data sources are used to create an import set so that data can be processed, if necessary, prior to being mapped onto a production table. Data sources support the following remote file retrieval methods: FTP, FTPS (Auth SSL, Auth TLS, Implicit SSL, Implicit TLS), HTTP, HTTPS, SCP.
standaard updateset De standaard updateset is een updateset die kan worden gebruikt om aanpassingen op te slaan die niet moeten worden overgedragen. default update set The default update set is an update set which can be used to store customizations that are not meant for transfer.
leverplan Een leverplan hoe een catalogusitem wordt aangeschaft, geconfigureerd en geïnstalleerd. Elk plan bestaat uit een of meer leverplantaken. Dit zijn discrete stappen in het leveringsproces. Voor een PDA is het bijvoorbeeld mogelijk dat de volgende taken moeten worden uitgevoerd, aanschaf, activeringen en installatie van de desktopsoftware. delivery plan A delivery plan describes how a catalog item is procured, configured, and installed. Each plan consists of one or more delivery plan tasks which are discrete steps in the delivery process. For example, a PDA might go through procurement, activation, and installation of the desktop software.
afgeleid veld Een afgeleid veld is een veld dat zich niet in de primaire tabel bevindt die wordt weergegeven, maar dat in plaats daarvan wordt verkregen door een referentie te volgen vanuit de primaire tabel naar een andere tabel. derived field A derived field is a field that is not in the primary table that is being displayed, but is instead a field that is obtained by following a reference from the primary table to some other table.
detailblok Een detailblok is een content block dat de lijsten, formulieren, catalogusitems of kennisartikelen uit een bepaalde tabel weergeeft. detail block A detail block is a content block that displays either the lists, forms, catalog items, or knowledge articles of a given table.
detailpagina Een detailpagina is een pagina in een Content Management System die een detailblok bevat en die wordt gebruikt om content uit ServiceNow-tabellen weer te geven. detail page A detail page is a page within the Content Management System that contains a detail block, and is used to display content from ServiceNow tables.
apparaat Een apparaat in ServiceNow is een eindpuntobject voor de aflevering van een kennisgeving, zoals een e-mail of een mobiele telefoon, dat wordt gebruikt om berichten te ontvangen die binnen het platform zijn gegenereerd. device A device in ServiceNow is a notification delivery endpoint object, such as email or a cell phone, used to receive messages generated from within the platform.
dictionary De tabel Dictionary [sys_dictionary] voor het systeem beschrijft de tabellen en velden in een instance. In deze tabel worden onder andere de gegevenstypen voor velden, de tekenlimieten, de standaardwaarden, de afhankelijkheden en andere kenmerken opgeslagen. dictionary The system Dictionary [sys_dictionary] table describes the tables and fields in an instance. It stores field data types, character limits, default values, dependencies, and other attributes.
dictionary negeren De verklaring dictionary negeren is een declaratie in de dictionary waarmee het gedrag van een dictionary-ingang voor een uitgebreide tabel wordt overschreven. dictionary override A dictionary override is a declaration in the dictionary that overrides a dictionary entry's behavior on an extended table.
Discovery Discovery is een functie die kan worden aangeschaft en waarmee alle aangesloten computers en apparaten kunnen worden gezocht en die vervolgens de CMBD vult met informatie over de configuratie, provisioning en huidige status van de verschillende computers of apparaten. Discovery Discovery is a purchasable feature that searches the network for all attached computers and devices, then populates the CMDB with information on each computer or device's configuration, provisioning, and current status.
domein Een domein is een unieke sectie van één instance die wordt gebruikt om gegevens, processen en UI-elementen te scheiden, terwijl de algemene eigenschappen en processen voor de instance gewoon blijven gedeeld. domain A domain is a unique section of a single instance used to separate data, processes, and UI elements while still sharing global properties and global processes across the entire instance.
dot-walking Dot-walking beschrijft de structuur van een variabele in een script dat een of meer referentievelden bevat, gescheiden door een punt voor elke betrokken tabel. Stel dat u een script wilt maken om te bepalen of een beller voor een incident is geconfigureerd als een VIP. De variabele voor het veld met de caller_id waarnaar wordt verwezen, kan als volgt zijn gedefinieerd: [var caller = g_form.getReference('caller_id');] Om te achterhalen of een gebruiker een VIP is, gebruikt het script de volgende voorwaarde om naar het VIP-field in de gebruikerstabel te gaan: [if (caller.vip == 'true')] dot-walking Dot-walking describes the structure of a variable in a script that contains one or more reference fields, separated by a dot for each table involved. For example, assume you want to create a script that determines whether a caller in an incident is configured as a VIP. The variable for the referenced caller_id field might be defined as: [var caller = g_form.getReference('caller_id');] To get the information on whether the user is a VIP, the script dot-walks to the VIP field in the User table with the following condition: [if (caller.vip == 'true')]
dropzone Een dropzone is een gebied op een content page of startpagina waar content kan worden toegevoegd. dropzone A dropzone is an area on a content page or homepage where content can be added.
DSL (Definitive Software Library) Een DSL (Definitive Software Library) is een beveiligde opslagplaats voor de hoofdkopieën van softwareconfiguratie-items. DSL (Definitive Software Library) A definitive software library is a secured repository of master copy software CIs.
dynamisch HTML-blok Een dynamisch HTML-blok is een content block dat het Jelly-script op een content page weergeeft. dynamic HTML block A dynamic HTML block is a content block which renders Jelly script in a content page.
edge De edge is de grijze werkbalk aan de linkerkant van het scherm in UI11. De werkbalk biedt de mogelijkheid om het bannerkader of de toepassingsnavigator weer te geven of te verbergen, het scherm horizontaal of verticaal te splitsen en om toegangsbladwijzers te maken. edge The edge is the gray toolbar on the left side of the screen in UI11. It provides the ability to show or hide the banner frame or the application navigator, split the screen horizontally or vertically, and create and access bookmarks.
bedrijfslicentie Een bedrijfslicentie is een softwarelicentie voor grote klanten die enige flexibiliteit, een overeengekomen kortingsprijs en een mechanisme voor een eenvoudig beheer biedt. enterprise license An enterprise license is a software license for large customers that provides some flexibility, an agreed upon discount price, and a mechanism for easy administration.
recht Softwarerechten stellen de activamanagers in staat om de mensen of machines te definiëren waaraan een bepaalde aangeschafte softwarelicentie is toegewezen. entitlement Software entitlements enable asset managers to define the people or machines to which a specific, purchased software license is assigned.
ESS (Employee Self-Service) ESS (Employee Self-Service) is een module in ServiceNow waarmee gebruikers verzoeken kunnen maken, artikelen kunnen bekijken, incidenten kunnen registreren en de knowledge base kunnen doorzoeken via een gebruiksvriendelijk website met de naam Employee Self-Service Portal (ESS Portal). ESS (Employee Self-Service) Employee Self-Service is a module in ServiceNow that allows users to make requests, view articles, log incidents, and search the knowledge base through a user-friendly website called the Employee Self-Service Portal (ESS Portal).
event Een systeemevent is een geconfigureerde markering in JavaScript die een e-mailmelding genereert om bepaalde gebruikers te waarschuwen wanneer een tabel wordt gewijzigd of opgevraagd. Events worden gemaakt in bedrijfsregels en worden geactiveerd wanneer een record wordt ingevoegd, bijgewerkt of verwijderd. U kunt bestaande systeemevents gebruiken of zelf events maken om te reageren op bepaalde wijzigingen aan records. event A system event is a configured marker in JavaScript that triggers an email notification to alert specific users when a table is changed or queried. Events are created in business rules and are triggered when a record is inserted, updated, or deleted. You can use existing system events or create your own to react to specific changes to records.
uitvoeringstaak Een uitvoeringsplan is gemaakt van een of meer uitvoeringstaken. Elke taak staat voor werk dat moet worden voltooid door een bepaalde groep als onderdeel van het volledige uitvoeringsproces. execution task An execution plan is made up of one or more execution tasks. Each task represents work that needs to be completed by a specific group as part of the overall execution process.
onkostensamenstelling Een onkostensamenstelling verzamelt en representeert alle directe onkosten van onderliggende configuratie-items en maakt hiervoor gebruik van de bestaande CMDB-relatietoewijzingen. Afzonderlijke CI-onkosten zijn alleen bruikbaar voor het desbetreffende CI. De onkostensamenstelling laat zien wat de totale operationele kosten zijn voor een complete bedrijfsservice of -toepassing. expense aggregation An expense aggregation collects and represents all of the direct expenses from child CIs using the existing CMDB relationship mappings. Individual CI expenses are useful for only that CI. Expense aggregation shows how much an entire business service or application costs to operate.
onkostentoewijzingsrecord Toewijzingsregels definiëren hoe elke onkostenregel wordt verwerkt om een of meer onkostentoewijzingsrecords te genereren. expense allocation record Allocation rules define how to process each expense line to generate one or more expense allocation record.
onkostenregel Een onkostenregel staat voor een tijdgebonden onkostenbedrag en de record waaraan de onkosten kunnen worden toegeschreven of die de onkosten heeft gegenereerd. Terugkerende CI-kosten worden maandelijks verwerkt om onkostenregels voor de vorige maand te genereren. Andere toepassingen kunnen ook onkostenregels genereren, zoals de onkosten voor een taak of de gewerkt tijd. expense line An expense line represents a point in time expense amount and the record that incurred or generated the expense. Recurring CI costs will be processed monthly to generate expense lines for the previous month. Other applications could also generate expense lines, such as a task expense or time worked expense.
ECC-wachtrij (External Communication Channel) De ECC-wachtrij (External Communication Channel) is een databasetabel die doorgaans wordt doorzocht, bijgewerkt en voorzien van invoegingen door externe systemen, zoals de MID-server die wordt gebruikt voor Discovery. De ECC-wachtrij is het normale verbindingspunt tussen het ServiceNow-platform en externe integraties. Records die worden opgeslagen naar de ECC-wachtrijtabel [ecc_queue] hebben de vorm van berichten van externe systemen. External Communication Channel (ECC) Queue The External Communication Channel (ECC) Queue is a database table that is normally queried, updated, and inserted into by external systems such as the MID Server used for Discovery. The ECC Queue is the normal connection point between the ServiceNow platform and external integrations. Records saved to the ECC Queue [ecc_queue] table are in the form of messages from external systems.
functie Een functie van ServiceNow levert een complete oplossing die klanten kunnen implementeren om waarde aan hun organisatie toe te voegen. Nieuwe functies zijn alleen beschikbaar als onderdeel van een functierelease. feature A ServiceNow feature provides a complete solution that customers can implement to add value to their organizations. New features are only available as part of a feature release.
feed Een feed is een stream van verwante berichten die in Live Feed zijn geplaatst. feed A feed is a stream of related messages that are posted in Live Feed.
feednavigator In Live Feed biedt de feednavigator gebruikers de mogelijkheid om met één klik content weer te geven en te filteren door gebruik te maken van tags. De feednavigator is beschikbaar in de Social IT > Bedrijfsfeed met lay-outmodule. feed navigator In Live Feed, the feed navigator allows users to view and filter content in one click by using tags. The feed navigator is available in the Social IT > Company Feed with Layout module.
veldstatusindicatie Een veldstatusindicatie is een aanpasbare gekleurde balk die links van vormelementen kan worden weergegeven. Deze indicatoren geven de veldstatus aan (bijvoorbeeld verplicht, alleen-lezen of gewijzigd). field status indicator A field status indicator is a customizable colored bar that may appear to the left of form elements. These indicators convey field status (for example, mandatory, read-only, or modified).
filter Een filter is een set voorwaarden die wordt toegepast op een tabel om een subset gegevens in de desbetreffende tabel te zoeken en hiermee te kunnen werken. filter A filter is a set of conditions applied to a table in order to find and work with a subset of the data in that table.
flash-filmblok Een flash-filmblok is een content block dat een Flash-film in een content page insluit. Flash movie block A Flash movie block is a content block which embeds a Flash movie into a content page.
fly-out De fly-out in UI11 is een venster dat wordt geopend voor het huidige scherm. Met fly-outvensters kunnen gebruikers informatie weergeven zonder dat ze de geopende vensters hoeven te sluiten. flyout In UI11, a flyout is a window that opens on top of the current screen. Flyout windows allow users to view information without navigating away from open panes.
formulier Een formulier is een pagina waarmee gebruikers gegevens voor een record in een tabel kunnen weergeven en invoeren. form A form is a page that allows users to view and enter data on a record in a table.
opmaakelement Een opmaakelement is een element van de gebruikersinterface (geen veld) dat wordt gebruikt om complexe content weer te geven in een formulier. De content in de opmaakelementen kan worden bepaald via UI-macro's. formatter A formatter is a user interface (UI) element (not a field) used to display complex content in a form. The content in formatters can be controlled by UI Macros.
kader Een kader is een UI-macro dat definieert hoe de buitenste edges van content blocks worden weergegeven door een CSS-declaratie aan te roepen in een opmaakmodel. frame A frame is a UI Macro that defines how the outside edges of content blocks are rendered by calling a CSS declaration in a style sheet.
FSA (Field Service Agent) Een FSA (Field Service Agent) is een werknemer of contractwerker die voornamelijk op andere locaties dan het hoofdkantoor werkt. Field service agents beheren offsite taken en werken vaak op de locatie van de klant. ServiceNow ondersteunt het beheren van field service agents via FSM (Field Service Management). FSA (Field Service Agent) An FSA (field service agent) is an employee or contracted worker who operates primarily away from the main office. Field service agents manage offsite tasks, often working at client locales. ServiceNow supports managing field service agents through Field Service Management.
uitvoeringsgroep Een uitvoeringsgroep werkt aan uitvoeringstaken. De ene groep activeert bijvoorbeeld een mobiele telefoon terwijl de andere groep de desktopsoftware installeert. fulfillment group A fullfillment group works on execution tasks. For example, one group may activate a cell phone while a different group installs the desktop software.
meter Een meter is een item dat kan worden toegevoegd aan een startpagina of content page. Meters geven de gegevens in verschillende vormen weer, zoals grafieken en lijsten. gauge A gauge is an item that can be added to a homepage or content page. Gauges display data in a variety of forms, such as charts and lists.
Glide Glide is een uitbreidbaar Web 2.0-ontwikkelingsplatform dat is geschreven in Java en dat de snelle ontwikkeling van formuliergebaseerde workflowtoepassingen faciliteert (bijvoorbeeld werkorders, trouble ticketing en projectmanagement). Glide Glide is an extensible Web 2.0 development platform written in Java that facilitates rapid development of forms-based workflow applications (work orders, trouble ticketing, and project management, for example).
glide list Een glide list is een waardenbereik, vaak met een referentie vanuit een andere tabel, dat is opgeslagen in één veld (bijvoorbeeld het veld Watchlist in de tabel Taak). Glide list A Glide list is an array of values, often referenced from another table, that is stored in a single field (for example, the Watch List field in the Task table).
GlideForm GlideForm.js is de Javascript-klasse die wordt gebruikt om de formulieren aan te passen. Deze klasse bevat het object g_form. GlideForm.js en het object g_form worden alleen uitgevoerd op de client. GlideForm GlideForm.js is the Javascript class used to customize forms. This class contains the g_form object. GlideForm.js and the g_form object only run on the client.
algemeen UI-script Een algemeen UI-script is beschikbaar op elk formulier in het systeem. Beheerders kunnen algemene UI-scripts maken. global UI script A global UI script is available on any form in the system. Administrators can create global UI scripts.
grafische workflow Een grafische workflow is een interface die workflow events en overgangen weergeeft. graphical workflow A graphical workflow is an interface that represents workflow events and transitions.
cell-bewerking Cell-bewerking, of de modus voor het bewerken van spreadsheets, biedt gebruikers de mogelijkheid om via toetsenbordnavigatie gegevens in de lijstweergave aan te passen. Dit kan op een manier die vergelijkbaar is met het invoeren van gegevens in een spreadsheet. Beheerders kunnen de modus voor het bewerken van spreadsheets inschakelen voor lijsten door de eigenschap glide.ui.list_edit_grid in te stellen op 'true'. grid editing Grid editing, or spreadsheet edit mode, allows users to modify data in list view using keyboard navigation, similar to entering data in a spreadsheet. Administrators can enable spreadsheet edit mode for lists by setting the glide.ui.list_edit_grid property to true.
groep Een groep is een verzameling gebruikers die een bepaalde rol binnen het bedrijf vervullen, zoals Netwerkondersteuning. group A group is a collection of users who perform a specific role in the company, such as Network Support.
Toepassing voor Group On-Call Rotation Toepassing voor Group On-Call Rotation biedt een manier om een positie op afroepbasis regelmatig te rouleren binnen een groep mensen. Group On-Call Rotation application Group on-call rotation provides a way of rotating an on-call position within a group of people on a regular basis.
GUID (Globally Unique ID) Een GUID is een unieke id bestaande uit 32 tekens met de naam sys_id. Deze wordt gebruikt om elke record in ServiceNow te identificeren. GUID (Globally Unique ID) A GUID is a unique, 32-character identifier called a sys_id that is used to identify each record in ServiceNow.
Helpdesk-chat Helpdesk-chats bieden gebruikers de gelegenheid om rechtstreeks in een instance van ServiceNow via chatberichten te communiceren met medewerkers van de servicedesk (vereiste de plugin Chat). help desk chat Help desk chat allows users to communicate directly with Service Desk staff via instant messaging in a ServiceNow instance (requires the Chat plugin).
geschiedenisset Een geschiedenisset is een record in de tabel Geschiedenisset [sys_history_set], waarin alle wijzigingen die in de loop van de tijd aan een record in een gecontroleerde tabel zijn aangebracht, worden opgeslagen. history set A history set is a record on the History Set [sys_history_set] table which stores all of the changes to a record on an audited table over time.
startpagina Een startpagina is een dashboard dat bestaat uit navigatie-elementen, functionele bedieningselementen en systeemgegevens (meters). Wanneer een gebruiker zich voor de eerste keer aanmeldt bij ServiceNow, wordt de startpagina van het systeem weergegeven. Beheerders kunnen andere algemene startpagina's maken om per toepassing een overzicht te geven van de veelgebruikt informatie. Gebruikers kunnen hun startpagina voor hun persoonlijk gebruik aanpassen. homepage A homepage is a dashboard that consists of navigational elements, functional controls, and system information (gauges). When a user first logs in to ServiceNow, the system homepage appears. Administrators can create other global homepages to provide an overview of frequently used information by application. Users can customize homepages for their personal use.
hotfix Een hotfix ondersteunt bestaande ServiceNow-functies met een bepaalde fix voor een probleem. De hotfix bevat mogelijk geen eerdere fixes voor de desbetreffende release. hotfix A hotfix supports existing ServiceNow functionality with a specific problem fix. It may not include any previous fixes for a given release.
IBM PVU-licentie Processor Value Unit (PVU) is een maateenheid die is gedefinieerd door IBM om de softwarelicentiekosten te bepalen op basis van het processor- (met processor gedefinieerd als elke core op een socket) of servermodel. Voor elk softwarepakket wordt de prijs gedefinieerd als een aantal punten of PVU's per core. Voor een uitgebreide uitleg van IBM PVU-licentiëring voor gedistribueerde software, zie de IBM PVU-tabel op de website van IBM. IBM PVU license Processor Value Unit (PVU) is a unit of measurement defined by IBM to determine software licensing costs based on processor (with processor defined as each core on a socket) or server model. Each software package has a price defined as number of points or PVUs per core. For a complete explanation of IBM PVU licensing for distributed software, please see the IBM PVU Table on the IBM website.
identificatie Een identificatie is een proces in Discovery dat gebruikmaakt van de identificatiegegevens die worden geretourneerd door identiteitsprobes om te bepalen of een apparaat die tijdens een Discovery wordt gevonden al bestaat in de CMDB. De identificatie bepaalt vervolgens de volgende Discovery-actie: een bestaande CI bijwerken, een nieuwe CI maken of niets doen. identifier An Identifier is a process in Discovery that uses identification data returned from identity probes to determine if a device found during a Discovery already exists in the CMDB. The Identifier then determines what Discovery does next: update an existing CI, create a new CI, or do nothing.
iFrame-blok Een iFrame-blok is een content block dat elke URL in een iFrame kan weergeven dat is ingesloten in een content page. iFrame block An iFrame block is a content block that can render any URL within an iFrame embedded in a content page.
afbeeldingsbibliotheek De afbeeldingsbibliotheek is een interface waarmee op eenvoudige wijze geüploade afbeeldingen kunnen worden beheerd en gebruikt. Image Library The Image Library is an interface that allows for easy management and use of uploaded images.
invloed Invloed is de meting van het effect van een event, probleem of wijziging met betrekking tot bedrijfsprocessen. De invloed is vaak gebaseerd op de mate van effect op het serviceniveau. De invloed en urgentie worden gebruikt om een prioriteit tot te wijzen. impact Impact is a measure of the effect of an incident, problem or change on business processes. Impact is often based on how service levels will be affected. Impact and urgency are used to assign priority.
implementatie Een implementatie is het initiële proces om een instance van het platform te maken. implementation An implementation is the initial process of establishing an instance of the platform.
import set Een import set is een set gegevens die van een externe gegevensbron naar ServiceNow wordt geïmporteerd. De geïmporteerde gegevens worden opgeslagen in de tijdelijke tabel Import set, waar een transformatieoverzicht de gegevens toewijst aan bestaande tabellen in ServiceNow. import set An import set is a set of data imported into ServiceNow from an external data source. Imported data is stored in the temporary Import Set table, where a transform map maps the data to existing tables in ServiceNow.
inkomende-e-mailactie Een inkomende-e-mailactie is een gedefinieerd script dat wordt geactiveerd door een e-mailbericht dat in het postvak van het systeem wordt ontvangen. inbound email action An inbound email action is a defined script triggered by an email received by the system mailbox.
incident Een incident is een ongeplande onderbreking van een IT-service of een reductie in de kwaliteit in de kwaliteit van een IT-service. Een fout voor een configuratie-item die nog niet van invloed is op de service, is ook een incident. incident An incident is an unplanned interruption to an IT service or a reduction in the quality of an IT service. Failure of a configuration item that has not yet impacted service is also an incident.
instance Een instance is een individuele implementatie van het platform. Elke instance heeft een uniek adres (doorgaans http://NaamInstance.service-now.com/), en veel klanten hebben meerdere instances (bijvoorbeeld sandbox-, ontwikkelings- en productie-instances). instance An instance is an individual implementation of the platform. Each instance has a unique address (usually http://InstanceName.service-now.com/), and many customers have multiple instances (for example, sandbox, development, and production instances).
integratie Een integratie is een proces dat ervoor zorgt dat het platform kan worden gebruikt in combinatie met een toepassing of webservice van een derde partij. integration An integration is a process by which the platform can be made to work with a third party application or web service.
interactief Een interactieve transactie is een transactie die is gegenereerd door een gebruiker, in tegenstelling tot een achtergrond- of systeemproces. interactive An interactive transaction is a transaction generated by a user, as opposed to a background or system process.
IP-netwerk Een IP-netwerk bevat alle IP-adressen in een netwerk of een subnet, inclusief het netwerkadres (het laagste adres in het bereik) en het broadcastadres (het hoogste adres in het netwerk). Wanneer Discovery een IP-netwerk pingt, worden de resultaten van deze adressen genegeerd om te voorkomen apparaten meerdere keren worden gerapporteerd. IP-netwerkontdekkingen leveren doorgaans accuratere resultaten dan wanneer er naar de IP-adresbereiken wordt gezocht. IP network An IP network contains all the IP addresses in a network or a subnet, including the network address (the lowest address in the range) and the broadcast address (the highest address in the range). When Discovery pings an IP network, it discards the results from these addresses to avoid reporting devices more than once. IP network discoveries generally produce more accurate results than searches of IP address ranges.
ITAM (Information Technology Asset Management) IT Asset Management is de set bedrijfspraktijken waarin financiële, contractuele en inventarisatiefuncties worden gecombineerd ter ondersteuning van het levenscyclusbeheer en de strategische besluitvorming voor de IT-omgeving. De assets bestaan uit software- en hardware-elementen die in de bedrijfsomgeving worden gevonden. Assetmanagement is een belangrijke component in het ServiceNow-platform. ITAM (Information Technology Asset Management) IT Asset Management is the set of business practices that join financial, contractual and inventory functions to support life cycle management and strategic decision making for the IT environment. Assets include all elements of software and hardware that are found in the business environment. Asset management is a key component in the ServiceNow platform.
J2JS (Java-to-Java-script) Het J2JS-script stelt u in staat om java-objecten te converteren naar javascript-objecten. J2JS (Java to Java Script) The J2JS script include allows you to convert java objects to javascript objects.
journaalveld Een journaalveld is een invoerveld voor het invoeren, opslaan of weergeven van invoer. Voorbeelden van journaalvelden zijn enkelvoudige tekenreeksvelden en tekstvakken met meerdere regels, zoals opmerkingenvelden. journal field A journal field is an input field that can allow, store, or display input. Examples of journal fields are single string fields and multi-line text boxes such as Comments fields.
KB (Knowledge Base) De knowledge base is een hulpmiddel waarmee gegevens kunnen worden opgeslagen en gepubliceerd, zoals informatie over desktopondersteuning, bedrijfs- of afdelingsprocessen en -procedures of documentatie over intern ontwikkelde toepassingen. KB (Knowledge Base) The knowledge base is a tool that allows the storage and publishing of any information, such as desktop support information, company or department processes and procedures, or documentation on internally developed applications.
KPI (Key Performance Indicators) Key performance indicators zijn kwantificeerbare metingen die de overeengekomen belangrijke succesfactoren voor een organisatie weerspiegelen. Voorbeelden van Key performance indicators voor incidenten in een IT-organisatie zijn het aantal escalaties en de tijd die nodig is om een incident op te lossen. KPI (Key Performance Indicators) Key performance indicators are quantifiable measurements that reflect the agreed upon important success factors of an organization. For example, key performance indicators for incidents in an IT organization could be the number of escalations and incident resolution time.
lay-out Een lay-out is een schikking van de dropzones op een startpagina of content page. layout A layout is an arrangement of dropzones on a homepage or content page.
lead In de plugin voor Sales Force Automation staan leads voor de verkoopmedewerkers bij potentiële klanten. Leadrecords bevatten de contactgegevens en een beknopt bedrijfsprofiel. lead In the Sales Force Automation plugin, leads represent salespeople at prospective customer companies. Lead records store contact information and a basic company profile.
licentiebasis Een licentiebasis is een record die de vereisten weergeeft voor een softwarelicentie en de details over hoe de licentie wordt gebruikt door configuratie-items (CI) en benoemde gebruikers. Licentiebasisrecords berekenen het vervalniveau en de compliancestatus van een softwarelicentie. license base A license base is a record that displays the requirements of a software license and the details of how the license is being used by configuration items (CI) and named users. License base records calculate the expiration level and the compliance status of a software license.
lijstblok Een lijstblok is een content block dat een serie lijsten genereert van tabellen in de instance. list block A list block is a content block that generates a series of lists from tables within the instance.
lijstdefinitie Een lijstdefinitie is een UI-macro die een lijstblok definieert. list definition A list definition is a UI macro that defines a list block.
lokale updateset Een lokale updateset is een updateset die is gemaakt op de huidige instance ter voorbereiding voor verplaatsing naar een andere instance. local update set A local update set is an update set that was created on the current instance in preparation to be moved to another instance.
aanmeldregel Een aanmeldregel bepaalt welke toegangspagina voor de site de gebruiker krijgt te zien nadat deze zich heeft aangemeld. login rule A login rule determines what site entry page the user will be presented with after logging in.
Lucene Lucene is open-source code die door ServiceNow wordt gebruikt om de tekst in de records te indexeren, zodat deze kan worden doorzocht op basis van trefwoorden. Lucene Lucene is open source code which ServiceNow uses to index the text in records so that the records can be searched by keywords.
onderhoudsschema Een onderhoudsschema is een planning waarin is gedefinieerd wanneer wijzigingen kunnen worden gepland en waarvoor gebruik wordt gemaakt van de plugin voor het onderhoudsschema (Maintenance Schedule plugin). Wijzigingen die zijn gepland op tijden buiten het onderhoudsschema worden gemarkeerd als verkeerd gepland. maintenance schedule A maintenance schedule is a schedule which defines when changes can be scheduled, using the Maintenance Schedules plugin. Changes scheduled for times outside the maintenance schedule will be flagged as improperly scheduled.
MIB (Management Information Base) MIB is een hiërarchische database met records van objecten binnen een netwerk en wordt vaak geassocieerd met SNMP. Discovery gebruikt MIB's om informatie over verschillende systemen te verzamelen. MIB (Management Information Base) MIB is a hierarchal database which holds records of objects within a network and is often associated with SNMP. Discovery uses MIBs to gather information on various systems.
MID (Management, Instrumentation en Discovery) De MID-server is een Java-server die wordt uitgevoerd als een Windows-service of een UNIX-daemon. De MID-server faciliteert de communicatie en overdracht van gegevens tussen het ServiceNow-platform en de externe toepassingen, gegevensbronnen en services. MID (Management, Instrumentation, and Discovery) The Management, Instrumentation, and Discovery (MID) Server is a Java server that runs as a Windows service or UNIX daemon. The MID Server facilitates communication and movement of data between the ServiceNow platform and external applications, data sources, and services.
model Modellen zijn specifieke versies of verschillende configuraties van activa of configuratie-items (bijvoorbeeld een IBM ThinkPad T60p laptop). Een model kan in meerdere modelcategorieën vallen. Een laptop kan bijvoorbeeld zowel een computer als een server zijn. model Models are specific versions or various configurations of an asset or configuration item (for example, an IBM ThinkPad T60p laptop computer). A model can be in more than one model category. For example, a laptop can be a computer and a server.
modelcategorie Een modelcategorie definieert hoe activa, configuratie-items en andere items (bijvoorbeeld contracten, verbruiksgoederen en licenties) aan elkaar zijn gerelateerd. Een modelcategorie kan bijvoorbeeld zijn gerelateerd aan verschillende modellen en verschillende modellen kunnen zijn gerelateerd aan één modelcategorie. Een bepaald model werkstation kan bijvoorbeeld worden opgenomen in de computermodelcategorie en de servermodelcategorie. model category A model category defines how assets, configuration items, and other items (for example, contracts, consumables, and licenses) are related to each other. A model category can be related to many models, and many models can be related to a single model category. For example, a specific model of a workstation can be included the computer model category and the server model category.
modulaire sjablonen In Projectmanagement is een modulair sjabloon het proces waarbij een bestaande taak wordt gekopieerd en wordt gebruikt als een sjabloon voor een nieuwe taak. Dankzij deze techniek kunnen kleinere subprojecten worden gekopieerd uit een grotere projectstructuur en kunnen deze subprojecten individueel worden toegepast. modular templating In Project Management, modular templating is the process of copying an existing task and using it as a template for a new task. This technique allows for smaller sub-projects to be copied from a larger project structure and applied individually.
module Een module is een koppeling in de toepassingsnavigator waarmee een pagina in het content frame of in een nieuw tabblad of venster wordt geopend. module A module is a link in the application navigator that opens a page in the content frame or in a separate tab or window.
NOC (Network Operations Center) Een Network Operations Center is de locatie vanwaar een communicatienetwerk wordt beheerd en aangestuurd. NOC (Network Operations Center) A Network Operations Center is the location from which a communications network is administered and operated.
node Een node is een apart toepassingsserverproces binnen één ServiceNow-instance. Een instance kan twee of meer nodes (ook wel een cluster genoemd) hebben, afhankelijk van de systeembelasting en andere actieve functies, zoals Discovery. Elke node heeft een andere URL maar verwijst naar dezelfde database en heeft dezelfde instance-id. Het interfacenode in een instance (mogelijk twee of meer) verwerkt alle gebruikersverzoeken van de browser. Werkernodes verwerken taken als MID-serverprobes en plannen de eventverwerking voor zwaar belaste systemen. Nodes staan doorgaans op dezelfde fysieke server, maar kunnen worden uitgevoerd op verschillende machines. node A node is a distinct application server process within a single ServiceNow instance. An instance can have two or more nodes (known as a cluster) depending upon system load and other active features, such as Discovery. Each node has a different URL but points to the same database and has the same instance ID. The interface node in an instance (there can be two or more) handles all the user requests from the browser. Worker nodes handle such tasks as MID Server probes and schedule and event processing in high load systems. Nodes typically exist on the same physical server, but can run on different machines.
nonce Een nonce is een willekeurige waarde die tijdens de aanmelding eenmalig wordt gebruikt voor de verificatie. Zodoende wordt voorkomen dat een onbevoegde gebruiker een replay-aanval kan uitvoeren om zich toegang tot uw systeem te verschaffen. Een verificatie-agent (doorgaans een netwerkserver) gebruikt een nonce, een id-waarde en een vooraf gedefinieerd geheim die door de zender en de peer worden gedeeld om de aanmelding te verifiëren. nonce A nonce is a random value used once during login for authentication to prevent a malicious user from performing a replay attack to gain access to your system. An authentication agent (typically a network server) uses a nonce, an ID value, and a predefined secret shared by both the sender and the peer to authenticate the login.
niet te verbruiken activa Een niet te verbruiken activa zijn activa die corresponderen met de configuratie-items die in het systeem zijn gedefinieerd. De gegevens over configuratie-items, zoals statuswijzigingen en de locatie, worden bijgehouden. Niet te verbruiken activa moeten worden overgedragen als een enkelvoudige entiteit met een hoeveelheid van één. Voorbeeld van activa die die vaak als niet te verbruiken activa worden beheerd, zijn onder andere computers en servers. non-consumable asset A non-consumable asset is an asset that corresponds to configuration items defined in the system. Configuration item information, such as changes of status and location, is tracked. Non-consumable assets must be transferred as a single entity with a quantity of one. Examples of assets often managed as non-consumables include computers and servers.
meldingsapparaat Een meldingsapparaat in ServiceNow is een eindpuntobject voor de aflevering van een melding, zoals een e-mail of een mobiele telefoon, dat wordt gebruikt om berichten te ontvangen die binnen het platform zijn gegenereerd. notification device A notification device in ServiceNow is a notification delivery endpoint object, such as email or a cell phone, used to receive messages generated from within the platform.
ODBC (Open Database Connectivity) Met het ODBC-stuurprogramma van ServiceNow (compatibel met versie 3.52 van de Microsoft ODBC-specificatie) kan elke ODBC-client voor rapportagedoeleinden verbinding maken met het ServiceNow-platform. Het ODBC-stuurprogramma van ServiceNow gebruikt de webserviceondersteuning van ServiceNow voor een query-only interface. ODBC (Open Database Connectivity) The ServiceNow ODBC Driver (compliant to version 3.52 of the Microsoft ODBC specification) allows any ODBC client to connect to the ServiceNow platform for reporting. The ServiceNow ODBC driver uses the ServiceNow Web Services support for a query-only interface.
OID (objectidentificatie) Een OID is een object-id (in Discovery een systeem-OID genoemd) die vereist is voor de identificatie op een SNMP-apparaat. Bepaalde apparaten leveren een unieke OID die Discovery kan gebruiken om het apparaat te identificeren. Andere OID's zijn niet uniek en kunnen niet worden gebruikt om de identiteit van een apparaat te bepalen. ServiceNow levert een lijst met meer dan 400 unieke OID's. OID (object identifier) An OID is an object identifier (called a System OID in Discovery) that is required identification on any SNMP device. Some devices provide a unique OID that Discovery can use to identify the device. Other OIDs are not unique and are useless for establishing the identity of a device. ServiceNow provides a list of over 400 unique OIDs.
opportunity In de plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation) wordt aan de hand van opportunities potentiële verkopen van producten of services aan accounts bijgehouden. opportunity In the Sales Force Automation plugin, opportunities track potential sales of products or services to accounts.
bestelrichtlijn Een bestelrichtlijn, in de vorige versies een bundel genoemd, is een bestelbare entiteit in de vorm van een a script dat de gebruiker door een complex bestelproces leidt. order guide An order guide, known as a bundle in previous versions, is an orderable entity that is a script that guides a user through a complex ordering process.
OU (Organizational Unit) In LDAP wordt een OU gebruikt om een organisatie-eenheid te beschrijven en om de functionele gebieden binnen een organisatie aan te geven (zoals ou=mensen, ou=groepen, ou=apparaten enz.). OU's op een lager niveau kunnen worden gebruikt om deze categorieën nog verder uit te splitsen. OU (organizational unit) In LDAP, OU is used to describe an organizational unit and indicates functional areas within an organization (such as ou=people, ou=groups, ou=devices, and so on). Lower level OUs might be used used to break down these categories even further.
PaaS (Platform as a Service) PaaS is de uitbreiding van SaaS die verder gaat dan alleen software om de hele onderneming een platformoplossing te bieden. Om aan de platformbehoeften van de klant te kunnen voldoen heeft ServiceNow ervoor gezorgd dat het platform kan worden aangepast en uitgebreid. PaaS (Platform as a Service) PaaS is the extension of SaaS beyond simply software to offer an entire business platform solution. ServiceNow offers customizability and expandability to ensure client platform needs are met.
patchrelease Een patchrelease ondersteunt de bestaande ServiceNow-functies met een verzameling fixes voor problemen. De patch bevat alle eerder verstrekte hotfixes voor de desbetreffende release. patch release A patch release supports existing ServiceNow functionality with a collection of problem fixes. It includes all previously issued hotfixes for a given release.
personaliseren Door een formulier of lijst te personaliseren wordt de lay-out en het uiterlijk van het formulier of de lijst gewijzigd en kunt u velden en kolommen toevoegen, verwijderen en ordenen. personalize Personalizing a form or list changes the layout and appearance of the form or list and may add, remove, or rearrange fields and columns.
perspectief Het menu perspectief biedt een gebruiker met toegangsrechten de mogelijkheid om te schakelen tussen verschillende menustructuren die zijn gebaseerd op andere rollen. Een beheerder kan zijn of haar menuweergave bijvoorbeeld wijzigen in het perspectief van die van de helpdeskgebruiker om te controleren of de rol van de gebruiker de juiste toegangsrechten biedt. perspective Menu perspective allows a user with access rights to switch between different menu structures based on other roles. For example, an administrator can switch his or her menu view to the helpdesk user's perspective in order to check whether that user's role provides appropriate access rights.
pivot table report Een pivot table report toont een overzicht van de samengevoegde gegevens en stelt u in staat om snel de bron van de overzichtsgegevens te onderzoeken. De cellen die niet leeg zijn voorzien van tooltips waarin wordt aangegeven hoeveel records de cel representeert. Als u op een niet-lege cel klikt, geeft u een uitsplitsing van deze records weer. pivot table report A pivot table report shows the summary of aggregated data, and enables you to quickly investigate the source of the summarized data. Non-empty cells have tooltips that report the number of records the cell represents. Clicking a non-empty cell drills through to display a breakdown of those records.
platform Het platform is de complete set van de ServiceNow-softwareservices. platform The platform is the complete set of the ServiceNow software services.
polling Polling is de manier waarop de browser informatie van de server ontvangt om chatberichten in Chat te versturen. De pollingmethode voor Chat is geconfigureerd met de eigenschap glide.short_poll_delay. polling Polling is the method by which the browser gets information from the server to send instant messages in Chat. The polling method for Chat is configured with the glide.short_poll_delay property.
pop-up Een pop-up is een aanpasbaar informatievak over elk veld in een ServiceNow-record dat wordt weergegeven via een referentiepictogram. U kunt de velden definiëren die moeten worden weergegeven in pop-ups en de wachtvertraging instellen voor de mouseoveractie. pop-up A pop-up is a customizable information box about any field in a ServiceNow record that is displayed from a reference icon. You can define the fields to display in pop-ups and set the wait delay for the mouseover action.
PPM (Project Portfolio Management) PPM groepeert gerelateerde projecten en configureert de voortgangsgegevens die worden gepresenteerd. PPM (Project Portfolio Management) PPM groups related projects and configures progress data for presentation.
vooraf toegewezen activa De vooraf toegewezen activa zijn activa die op voorraad zijn (met een hoeveelheid die mogelijk groter is dan één), maar die nog geen financiële passiva zijn. Het toewijzingsproces maakt van de vooraf toegewezen activa herkende activa. pre-allocated asset A pre-allocated asset is an asset that is in stock (with a quantity possibly greater than one), but is not yet a financial liability. The allocation process makes the pre-allocated asset a recognized asset.
vorige release Een vorige release wordt nog wel ondersteund, maar nieuwere releaseversies worden aanbevolen. Alle ServiceNow-releases worden ondersteund met patches en hotfixes voor twee functiereleasecycli. previous release A previous release is still supported, but newer release versions are recommended. All ServiceNow releases are supported with patches and hotfixes for two feature release cycles.
prioriteit De prioriteit van een ticket geeft aan hoe snel de servicedesk de ticket in behandeling moet nemen. ITIL raadt aan om de prioriteit afhankelijk te maken van de invloed en urgentie. priority The priority of a ticket indicates how quickly the service desk should address the ticket. ITIL suggests that priority be made dependent on Impact and Urgency.
probe ServiceNow Probes zijn stukken code die een MID-server gebruikt om belangrijke kenmerken van adresseerbare apparaten te bepalen voor de functie Discovery. Het platform maakt deze probes op basis van sjablonen die zijn geconfigureerd om in de eigen taal van het apparaat (zoals SSH, WMI) met het apparaat te communiceren. Aan de hand van probes kan het besturingssysteem, de processorsnelheid, de hoeveelheid RAM enz. van een apparaat worden bepaald. probe ServiceNow probes are pieces of code that a MID Server uses to determine important characteristics of addressable devices for the Discovery feature. The platform creates these probes from templates that are configured to communicate with a device using its own language (such as SSH, WMI). Probes can determine a device's operating system, processor speed, amount of RAM, and so on.
probleem Een probleem is een oorzaak van een of meer incidenten. De oorzaak is op het moment dat de probleemrecord wordt gemaakt, doorgaans niet bekend. Het probleembeheerproces is verantwoordelijk voor een nader onderzoek. problem A problem is a cause of one or more incidents. The cause is not usually known at the time a problem record is created, and the problem management process is responsible for further investigation.
procestoepassing Een procestoepassing biedt een gestructureerde set activiteiten die is ontworpen ter ondersteuning van een bedrijfsproces of functie. De toepassing levert een meetbare bedrijfswaarde voor stakeholders. Procestoepassing is zowel geschikt voor ITIL-toepassingen als Incidentbeheer en niet-ITIL-toepassingen als Faciliteitenbeheer. process application A process application provides a structured set of activities designed to support a business process or function. It provides measurable business value for stakeholders. Process application covers both ITIL applications like Incident Management and non-ITIL applications like Facilities Management.
procesrichtlijn Een procesrichtlijn is een optionele geavanceerde goedkeuringsengine die u selecteert in plaats van de standaard goedkeuringsregels. Een procesrichtlijn kan de volgende goedkeuringslogica gebruiken:\n * Alle goedkeuringen waarvoor de goedkeuring van een van de leden van een goedkeuringsgroep is vereist, in plaats van de goedkeuring van alle leden.\n * Opeenvolgende goedkeuring waarin elke goedkeurder in een geconfigureerde volgorde door het systeem wordt gepolst, totdat een van de leden zijn/haar goedkeuring geeft. \nU kunt procesrichtlijnen maken voor de volgende bewerkingen:\n * Catalogusverzoeken\n * Wijzigingsverzoeken\n * Catalogustaken\n * Wijzigingstaken process guide A process guide is an optional advanced approval engine that you select instead of the default approval rules. A process guide can use the following approval logic:\n * Any approvals in which the approval of any member of an approval group is required, rather than the approval of all members.\n * Sequenced approvals in which the system poles each approver in a configured sequence until one of them grants approval. \nYou can create process guides for the following operations:\n * Catalog Requests\n * Change Request\n * Catalog Tasks\n * Change Tasks
product In de plugin voor de automatisering van het verkooppersoneel (Sales Force Automation) wordt in de producten gedetailleerde informatie over de aangeboden producten of services opgeslagen. Producten kunnen worden geassocieerd met producten van concurrenten om verkoopkansen door de vervanging van een leverancier te identificeren. product In the Sales Force Automation plugin, products store detailed information about the products or services offered. Products may be associated with competitor products to identify vendor replacement sales opportunities.
range set Een range set is een verzameling IP-bereiken, IP-adressen of IP-netwerken die u kunt toewijzen aan een planning van ServiceNow Discovery. Range sets worden veelvuldig gebruikt om alle adresseerbare apparaten op een bepaalde locatie te definiëren. range set A range set is a collection of IP ranges, IP addresses, or IP networks that you can assign to a ServiceNow Discovery schedule. A typical use of range sets is to define all the addressable devices in a specific location.
Orchestration (Orchestration) Orchestration automatiseert eenvoudige of complexe taken voor meerdere systemen die normaal gesproken handmatig worden uitgevoerd. Een Orchestration-proces kan alle managementdisciplines bestrijken en kan communiceren met alle typen infrastructuurelementen, zoals toepassingen, database en hardware. Orchestration (Orchestration) Orchestration automates simple or complex multi-system tasks that are normally done manually. An Orchestration process can cross all management disciplines and interact with all types of infrastructure elements, such as applications, databases, and hardware.
record Een record is een vermelding in een databasetabel. record A record is an entry in a database table.
record producer Een record producer biedt klanten de mogelijkheid om informatie aan de database toe te voegen door gebruik te maken van de front-end van de servicecatalogus. Dit is een gebruiksvriendelijk alternatief voor de regulier formulierinterface voor ESS-gebruikers. record producer A record producer allows customers to add information to the database using the service catalog front end. It provides a user-friendly alternative to the regular form interface for ESS users.
referentieveld Een referentieveld betrekt gegevens uit een andere tabel. Referentievelden voorkomen in een variabele die middels een punt van het bronveld worden gescheiden (dot-walking). reference field A reference field draws data from a different table. Reference fields can appear in a variable separated from the source field by a dot (dot-walking).
referentiepictogram Wanneer u een referentiepictogram aanwijst geeft het pictogram aanpasbare informatie over velden weer in ServiceNow-formulieren. Referentiepictogrammen worden weergegeven op bepaalde formulieren in alle lijstweergaven en bieden u de mogelijkheid om beknopte versies van records te bekijken. reference icon A reference icon displays customizable information about fields in ServiceNow forms when you point to the icon. Reference icons appear on some forms and in all list views, enabling you to view abbreviated versions of records.
referentiekwalificatie referentiekwalificaties worden gebruikt om de gegevens te filteren die kunnen worden geselecteerd voor een referentieveld. Hiervoor kan de functie voor automatisch aanvullen of het vergrootglaspictogram worden gebruikt. reference qualifier Reference qualifiers are used to filter the data that is selectable for a reference field, using either the auto complete support or the magnifying glass lookup icon.
register Gebruik het register om een nieuw event aan de database toe te voegen. Nadat u een event in de bedrijfsregels hebt gemaakt, moet u het event registreren voordat deze kan worden gebruikt voor een e-mailmelding. registry Use the registry to add a new event to the database. After you create an event in business rules, you must register the event before it can be used for email notification.
gerelateerde koppeling Gerelateerde koppelingen bieden toegang tot aanvullende functies in formulieren of lijsten. Beheerders kunnen gerelateerde koppelingen toevoegen via UI-acties. related link Related links provide access to additional functions from forms or lists. Administrators can add related links using UI actions.
relatietype Een relatietype is een record die de relatie tussen twee records definieert. Hierbij kan het onder andere gaan om CI-relatietypen, kennisrelatietypen of taakrelatietypen. relation type A relation type is a record that defines the relationship between two records. This may include CI relation types, Knowledge relation types, or Task relation types.
release Een release is het resultaat van een softwareontwikkelingsinspanning die bedoeld is voor gebruik door klanten. release A release is the result of a software development effort intended for customer use.
externe updateset Een externe updateset is een updateset die is gemaakt op een andere instance en is overgedragen via de updatebron. remote update set A remote update set is an update set that has been created on another instance and brought over via the Update Source.
rapport Een rapport is een grafische representatie van gegevens binnen het platform. report A report is a graphical representation of data within the platform.
resourcepool Een resourcepool is een configuratie op een ESX-server die het maximale aantal resources definieert dat een virtuele machinesjabloon in de desbetreffende pool kan consumeren. Een configureerbare eigenschap biedt de resourcepools de mogelijkheid om indien nodig uit breiden als de ESX-server extra resources kan afstaan. resource pool A resource pool is a configuration on an ESX Server that defines the maximum number of resources that a virtual machine template in that pool can consume. A configurable property enables resource pools to expand when necessary if the ESX Server has additional resources to spare.
resultaatstatus Een resultaatstatus is het pad dat ServiceNow Discovery neemt nadat het probeert de identiteit van een apparaat vast te stellen dat is ontdekt in het netwerk met een CI in de CMDB. De resultaatstatus bepaalt of Discovery doorgaat of stopt nadat het antwoord op de query is ontvangen. result state A result state is the path that ServiceNow Discovery takes after it attempts to match the identity of a device it has discovered in the network with a CI in the CMDB. The result state determines if Discovery continues or stops after it receives the answer to its query.
RFC (Request for Change) Een Request for Change is een verzoek om een bepaald systeem te wijzigen om de functionaliteit te verbeteren of problemen op te lossen. Dit wordt bewerkstelligd door het ITIL-raamwerk en geïmplementeerd in ServiceNow via ITIL-wijzigingsbeheer. RFC (Request for Change) A Request for Change is a request to modify a particular system, either to improve functionality or to fix problems. This is encompassed by the ITIL framework and is implemented in ServiceNow via ITIL Change Management.
risico Een risico is een mogelijk event dat kan leiden tot schade of verlies of van invloed kan zijn op het bereiken van doelstellingen. Een risico wordt gemeten op basis van de waarschijnlijkheid van een bedreiging, de gevoeligheid van activa voor de desbetreffende bedreiging en de invloed die de bedreiging kan hebben wanneer deze zich voordoet. risk A risk is a possible event that could cause harm or loss or could affect the ability to achieve objectives. A risk is measured by the probability of a threat, the vulnerability of the asset to that threat, and the impact it would have if it occurred.
rol Een rol is een categorie die is toegewezen aan een gebruiker of groep gebruikers en waarin de toegangsrechten voor een ServiceNow-functie zijn gedefinieerd. Alle groepen gebruikers die zijn toegewezen aan een rol, krijgen dezelfde toegangsrechten voor het systeem toegekend. Rollen kunnen ook andere rollen bevatten; de gecombineerde rol krijgt alle toegangsrechten toegekend van de rollen die het bevat. role A role is a category assigned to a user or group of users that defines access privileges to ServiceNow functionality. All groups or users assigned to a role are granted the same system access. Roles can also contain other roles; the combined role is granted all access rights from the contained roles.
rollbackactiviteit Een rollbackactiviteit voor de workflow draait de verwerking terug naar een bepaalde activiteit in de workflow. Een rollbackactiviteit kan worden gebruikt om een activiteit die al is uitgevoerd, te herstellen naar de oorspronkelijke status. rollback activity A rollback workflow activity moves processing backward to a specified activity in the workflow. A rollback activity can be used to reset an activity that has already executed back to its original state.
rota Een rota in de toepassing voor rouleren van groepen op afroep is de definitie op het hoogste niveau van de uurverdeling voor stand-byservices, personeelslijsten en meldingsregels voor een groep. rota A rota in the Group On-Call Rotation application is the top level definition of on-call shift hour patterns, personnel lists, and notification rules for a group.
SaaS (Software as a Service) SaaS levert de software niet als een eindproduct, maar als een service. De software wordt niet lokaal op een netwerk of afzonderlijk geïnstalleerd. In plaats daarvan wordt de software gehost op een externe machine die kan worden benaderd wanneer dit nodig is. ServiceNow biedt de software op een vergelijkbare manier aan. SaaS (Software as a Service) SaaS provides software as a service rather than as an end product. Instead of local network or individual software installations, software is hosted on a remote machine and accessed as needed. ServiceNow provides software in this format.
planningsitem Een planningsitem is een bepaalde instance van een geplande taak. schedule item A schedule item is a particular instance of a scheduled job.
geplande taak Een geplande taak is een record die regelmatig een bepaalde taak uitvoert op basis van een planning. Geplande taken kunnen rapporten genereren en distribueren, records op basis van sjablonen genereren of een script uitvoeren. scheduled job A scheduled job is a record that performs a given task regularly, based on a schedule. Scheduled jobs can generate and distribute reports, generate records from templates, or run a script.
werkbereik In serviceportfoliobeheer verwijst het werkbereik naar de gedetailleerde serviceparameters die de limieten van een bedrijfsservice definiëren. scope In Service Portfolio Management, scope refers to the detailed service parameters that define the limits of a Business Service.
Scrum Scrum is een iteratief en incrementeel raamwerk voor projectmanagement dat voornamelijk wordt geïmplementeerd in flexibele softwareontwikkelingsomgevingen. Scrum wordt gekenmerkt door korte ontwikkelingscycli, ook wel sprints genoemd, waarin een functie wordt gemaakt, getest en uitgegeven. Zie SDLC Scrum-proces voor meer informatie over Scrum. Scrum Scrum is an iterative and incremental framework for project management mainly deployed in agile software development environments. Scrum is characterized by brief development cycles, called sprints, in which a feature is created, tested and released. For more information about Scrum see SDLC Scrum Process
Scrum-master In een Scrum-team zorgt de Scrum-master ervoor dat de teamleden gefocust blijven op het voltooien van de story's in de huidige sprint en dat het Scrum-proces vlekkeloos verloopt. Scrum master On a Scrum team, the Scrum master keeps team members focused on completing the stories in the current sprint and ensures that the Scrum process runs smoothly.
zoekketen Zoekketens worden gebruikt om zoeksuggesties te bieden voor tekstuele Zing-zoekopdrachten. Zoekketens genereren suggesties door voorvallen van vergelijkbare zoekopdrachten bij te houden, op volgorde en in de loop van de tijd. search chain Search chains are used to provide search suggestions in Zing Text Search. Search chains generate suggestions by tracking occurrences of similar searches, in order, over time.
zoekpagina Een zoekpagina is een content page die wordt gebruikt om de zoekresultaten weer te geven. search page A search page is a content page used to display search results.
service Een service is een toepassing of functie die activiteiten uitvoert ter ondersteuning van de bedrijfstoepassingen of het platform. service A service is an application or feature that performs activities in support of either business applications or the platform.
Servicecatalogus De servicecatalogus is de centrale opslagplaats van de goederen en de services die uw IT-helpdesk gebruikers biedt. Gebruikers kunnen deze services en items rechtstreeks aanvragen via de servicecatalogus. Service Catalog The Service Catalog is the central repository of goods and services that your IT help desk provides for its users. Users can directly request these services and items from the Service Catalog.
Service Level Agreement (SLA) Binnen het platform is een Service Level Agreement (SLA) een gedefinieerde regel die de verstreken tijd voor een open taak meet. Na een bepaald tijdsbestek verhoogt de SLA het escalatieniveau voor de open taak van Normaal naar Gemiddeld, van Gemiddeld naar Hoog en van Hoog naar Te laat. Service Level Agreement (SLA) Within the platform, a Service Level Agreement (SLA) is a defined rule that measures the elapsed time of an open task. After a set period of time, the SLA promotes the open task an escalation level, from Normal to Moderate, Moderate to High, and High to Overdue.
Service Level Contract Binnen het platform is een Service Level Contract een gedefinieerde masterclass die een of meer SLA's beheert. Het toewijzen van een Service Level Contract aan een bepaald incident helpt om de geschiktste SLA te vinden. Service Level Contract Within the platform, a Service Level Contract is a defined master class that controls one or more SLAs. Assigning a Service Level Contract to a particular incident will help find the most appropriate SLA.
short polling Short polling is de manier waarop de browser informatie van de server ontvangt om chatberichten in Chat te versturen. Met short polling verstuurt de browser met vaste intervallen een verzoek naar de server, zoals gedefinieerd door de eigenschap glide.short_poll_delay. Bijvoorbeeld: open elke 1000 milliseconden een nieuw verzoek, ontvang onmiddellijk een (mogelijk leeg) antwoord en sluit de verbinding. short polling Polling is the method by which the browser gets information from the server to send instant messages in Chat. With short polling, the browser sends a request to the server in fixed intervals as defined by the glide.short_poll_delay property. For example, open a new request every 1000 milliseconds, receive an immediate (possibly empty) response, and close the connection.
aanmeldpagina voor site Een aanmeldpagina voor een site is een content page die de gebruiker krijgt te zien wanneer deze de content site opent. site entry page A site entry page is a content page designed to be displayed to the user upon first arriving at a content site.
slushbucket Een slushbucket is interface met een dubbele kolom waarin meerdere items uit een pool van items kunnen worden geselecteerd slushbucket A slushbucket is a double column interface for choosing multiple selections from an available pool of items.
social IT Social IT is het gebruik van sociale media (zoals chatprogramma's en microblogging) om de IT-activiteiten uit te breiden. social IT Social IT is the use of social media technology (such as instant messaging and microblogging) to enhance IT operations.
modus voor spreadsheet bewerken De modus voor het bewerken van spreadsheets, of cell-bewerking, biedt gebruikers de mogelijkheid om via toetsenbordnavigatie gegevens in de lijstweergave aan te passen, op een manier die vergelijkbaar is met het invoeren van gegevens in een spreadsheet. Beheerders kunnen de modus voor het bewerken van spreadsheets inschakelen voor lijsten door de eigenschap glide.ui.list_edit_grid in te stellen op 'true'. spreadsheet edit mode Spreadsheet edit mode, or grid editing, allows users to modify data in list view using keyboard navigation, similar to entering data in a spreadsheet. Administrators can enable spreadsheet edit mode for lists by setting the glide.ui.list_edit_grid property to true.
sprint Een sprint in Scrum is een korte, vaste planning van cycli met een aanpasbaar bereik om in te springen op snel veranderende ontwikkelingsbehoeften. sprint In Scrum, a sprint is a short, fixed schedule of cycles with adjustable scope, designed to address rapidly changing development needs.
statisch HTML-blok Een statisch HTML-blok is een content block dat de HTML op een content page weergeeft. static HTML block A static HTML block is a content block that renders HTML within a content page.
opslagregel Opslagregels zijn gedefinieerde criteria die ervoor zorgen dat wanneer de voorraad van bepaalde activa in een opslagruimte een opgegeven drempelwaarde bereikt, er een bepaald aantal moet worden overgedragen vanuit een andere opslagruimte of een bepaald aantal moet worden besteld bij een leverancier. stock rule Stock rules are defined criteria stating that when inventory of a particular asset in a stockroom reaches a specified threshold, a certain number should either be transferred from another stockroom or ordered from a vendor.
opslagruimte Een opslagruimte is een plaats waar activa worden opgeslagen. stockroom A stockroom is a place where assets are stored.
stopwoord Stopwoorden zijn veelvoorkomende woorden die niet worden geïndexeerd, omdat ze weinig betekenis hebben in de zoekresultaten. Lidwoorden, voegwoorden, persoonlijke voornaamwoorden en voorzetsels zijn voorbeelden van woorden die kunnen worden geconfigureerd als stopwoorden voor tekstuele Zing-zoekopdrachten. stop word Stop words are common words that are not indexed because they are not meaningful in search results. Articles, conjunctions, personal pronouns, and prepositions are examples that may be configured as stop words for Zing text search.
story Een story, of gebruikersstory, is een korte verklaring voor een productvereiste of een businesscase die wordt gebruik in de Scrum-methode van flexibele softwareontwikkeling. Doorgaans worden story's uitgedrukt in gewone taal om de gebruiker duidelijk te maken wat ze van de software mogen verwachten. story A story, or user story, is a brief statement of a product requirement or a customer business case that is used in the Scrum method of agile software development. Typically, stories are expressed in plain language to help the reader understand what the software should accomplish.
story point Story points in Scrum zijn arbitraire metingen van de inspanning (niet noodzakelijkerwijs de tijd) die nodig zijn om een story te voltooien, op basis van de schattingen van de Scrum-teamleden. story point Story points in Scrum are arbitrary measurements of the effort (not necessarily the time) required to complete a story, based on the estimates of Scrum team members.
Summary Set De Summary Settabel [sys_report_summary] bevat tijdelijk de benodigde informatie voor het weergeven van een diagram. Deze tabel wordt ingeschakeld door de plugin voor aangepaste diagrammen (Custom Charts plugin). Summary Set The Summary Set [sys_report_summary] table temporarily holds the necessary information for rendering a chart. This table is enabled by the Custom Charts plugin.
ondersteunde release Alle ServiceNow-releases worden ondersteund met patches en hotfixes voor twee functiereleasecycli. supported release All ServiceNow releases are supported with patches and hotfixes for two feature release cycles.
tag Tags zijn woorden die in Live Feed-berichten zijn gemarkeerd met een hashtag(#). Tags zijn een manier om berichten op basis van zoekwoorden of onderwerpen te categoriseren voor betere zoekresultaten. tag Tags are words marked with a hash (#) symbol in Live Feed messages. Tags are a way to categorize messages by keyword or topic for improved search results.
taak Taak [task] is een van de kerntabellen in het basissysteem. De tabel bevat een aantal standaardvelden, die voor elk van de uitbreidingstabellen worden gebruikt, zoals de incident- en probleemtabellen. task Task [task] is one of the core tables provided in the base system. It provides a series of standard fields used on each of the tables that extend it, such as the Incident and Problem tables.
thema Een thema is een groepering van opmaakmodellen in het Content Management System. theme A theme is a grouping of style sheets in the Content Management System.
bijgehouden aanpassing Bijgehouden aanpassingen zijn aanpassingen aan tabellen die worden geregistreerd in updatesets. tracked customization Tracked customizations are customizations to tables which are recorded into update sets.
transformatieoverzicht Een transformatieoverzicht koppelt velden uit een import set aan velden in één bestemmingstabel. Een import set-veld kan worden gekoppeld aan meerdere velden in de bestemmingstabel. Bij het maken van een transformatieoverzicht kan de autokoppelingsfunctie worden gebruikt om velden te matchen. Voor een geavanceerde logica kan scripting worden gebruikt. Zodra een transformatieoverzicht is gedefinieerd, kan deze opnieuw worden gebruikt en er kunnen meerdere transformatieoverzichten (elk voor een bepaalde tabel) worden toegepast op een import set in de door u gewenste volgorde. transform map A transform map matches fields from an import set to fields in a single destination table. A single import set field can be mapped to multiple fields in the destination table. When creating a transform map, the automap feature can be used to match fields, or scripting can be used for advanced logic. Once defined, a transform map can be reused, and multiple transform maps (each for a specific table) can be applied to an import set in the order you specify.
tree picker Een tree picker is een navigatiehulpmiddel om een selectie te maken in hiërarchische lijsten. tree picker A tree picker is a navigational tool for selecting from hierarchical lists.
UAC (User Account Control) De UAC-functie is een beveiligingsfunctie die de machtigingen van bepaalde software beperkt voor gebruikers zonder beheerdersbevoegdheden. Deze functie wordt onder andere toegepast in de moderne besturingssystemen van Microsoft Windows en kan van invloed zijn op het gedrag van de plugin voor de MID-server. UAC (User Account Control) UAC is a security feature that limits the permissions of a particular software for non-administrative users. This feature is included in modern Microsoft Windows operating systems and can affect the behavior of the MID Server plugin.
UI-actie Een UI-actie is een optie in een pop-upmenu waarmee u een record in een tabel kunt maken op basis van de informatie in een record uit een andere tabel. U kunt bijvoorbeeld rechtstreeks een wijzigingsrecord van een bestaande probleemrecord maken. UI action A UI action is a pop-up menu selection that enables you to create a record in a table based on the information from a record in another table. For example, you can create a new Change record directly from an existing Problem record.
UI-macro Een UI-macro is een herbruikbaar Jelly-script dat kan worden opgeroepen van een UI-pagina. UI macro A UI macro is a reusable Jelly script that can be called from a UI page.
updateset Een updateset is een verzameling aanpassingen die een klant aan zijn instance heeft aangebracht en die kunnen worden overgedragen naar andere instances. Wanneer er een update is gemaakt voor een instance, wordt de wijziging automatisch toegevoegd aan de huidige updateset. Er is op elk moment slechts één huidige updateset beschikbaar. update set An update set is a collection of customizations made by a customer to their instance that can be transferred to another instance. When an update is made to the instance, the change is added automatically to the current update set. There can be only one current update set at a time.
updatesetselectie De updatesetselectie is een vervolgkeuzelijst in de koptekstbalk van de instance waarin kan worden geselecteerd in welke updateset de aanpassingen van de huidige gebruiker worden gegroepeerd. update set picker The update set picker is a drop-down choice list in the instance header bar that selects which update set customizations made by the current user will be grouped in.
updatebron Een updatebron is een instance van ServiceNow waaruit de huidige instance updatesets kan ophalen. update source An update source is a ServiceNow instance that the current instance can pull update sets from.
URL-voorvoegsel Een URL-voorvoegsel definieert de URL van een content page in het Content Management System. Content site en content pages beschikken over eigen URL-voorvoegsels en worden gegenereerd met de notatie: <pad naar uw eigen instance> + /<sitevoorvoegsel> + /<paginavoorvoegsel> + .do URL suffix A URL suffix defines the URL of a content page within the Content Management System. Both Content Sites and Content Pages have their own URL suffixes, and are generated in the format: <path to your instance> + /<site suffix> + /<page suffix> + .do
validatiescript Een validatiescript controleert de opmaak van de gegevens die gebruikers opgeven. Wanneer de syntaxisregels worden overtreden, wordt er een foutbericht weergegeven. U kunt bijvoorbeeld een script maken dat een juiste notatie afdwingt voor het e-mailadres dat een gebruiker opgeeft. validation script A validation script controls the formatting of user input into data fields and displays an error message for syntax violations. For example, you can create a script that enforces the proper formatting of an email address entered by a user.
variabelenset Een variabelenset is een modulaire eenheid van variabelen die kunnen worden gedeeld door catalogusartikelen. Wanneer u eenmalig een variabelenset definieert, kunt u deze op meerdere plaatsen gebruiken. variable set A variable set is a modular unit of variables that can be shared between catalog items. Define a variable set once and use it in multiple places.
velocity chart In Scrum wordt middels een velocity chart aangegeven hoeveel inspanning (in punten) een team gedurende een bepaalde tijd in één sprint kan leveren. De berekening helpt de Scrum-master te voorspellen hoe zo'n hoge werkbelasting een team in toekomstige sprints aankan. velocity chart In Scrum, a velocity chart shows how much effort (in points) a team can handle in one sprint, measured over time. This calculation helps the Scrum master predict how much load a team can handle in future sprints.
weergave Een weergave is een opgeslagen versie van een gepersonaliseerd formulier of gepersonaliseerde lijst. De weergaven bieden gebruikers de mogelijkheid om hetzelfde formulier of dezelfde lijst op meerdere manieren weer te geven. Beheerders kunnen aangepaste weergaven maken. view A view is a saved version of a personalized form or list. Views enable users to quickly display the same form or list in multiple ways. Administrators can create custom views.
workflow activity workflow activities zijn de afzonderlijke acties die door de workflow worden uitgevoerd als deze wordt geactiveerd. Dit is inclusief (maar niet beperkt tot) het uitvoeren van scripts, het manipuleren van records, het wachten gedurende een vastgestelde periode of het registreren van een event. workflow activity Workflow activities are the individual actions the workflow performs as it runs. This can include (but is not limited to) performing scripts, manipulating records, waiting for a set period of time, or logging an event.
workflow field In het workflow field van een taakrecord wordt de locatie van de taakrecord in de workflow opgeslagen en weergegeven. workflow field A workflow field in a task record stores and displays the location of the task record in the workflow.
Was this article helpful?
Yes, I found what I needed
No, I need more assistance